Patiënt van de maand - Juli/Augustus 2019

Filou gaat op reis en neemt mee terug….

De zomervakantie is alweer even begonnen en veel baasjes gaan op reis. Hoewel huisdieren vaak thuisblijven, of naar het pension gaan, zijn er ook honden en zelfs katten die mee op reis gaan.  Steeds meer mensen nemen hun trouwe viervoeter mee naar hun vakantiebestemming. Reisorganisaties spelen zelfs handig op deze behoefte in. In Nederland zijn er al reisaanbieders die gespecialiseerd zijn in het reizen met een hond en ook hotels openen hun deuren steeds vaker voor honden. Het is natuurlijk heerlijk om samen te reizen, maar er is ook keerzijde: er is een risico dat je geliefde huisdier tijdens de reis een parasiet of andere ziekte op doet en mee neemt naar huis.  In het buitenland zijn soms ziektes die in Nederland niet voorkomen. Met name in Zuid-Europa is dit een reëel risico.

Over wat voor ziektes hebben we het dan eigenlijk?

Teken of zandvlieg gerelateerde aandoeningen.

De meest voorkomende ziektes die door teken of zandvliegen kunnen worden overgebracht zijn:

Babesia: is een parasiet die wordt overgebracht door teken. Komt voornamelijk bij de hond voor, sporadisch bij de kat. Kan na 10-20 dagen ziekteverschijnselen geven, in eerste instantie vage klachten als vermoeidheid en koorts. Na enkele dagen kan er bloedarmoede ontstaan, geelzucht en verkleurde (roodbruine) urine. Soms is er ook sprake van nierfalen en gewrichtsontstekingen. Een dier kan aan deze ziekte overlijden. Er is een bloedtransfusie en medicatie nodig om een dier te kunnen genezen.

Leishmania: is een parasiet die wordt overgebracht door zandvliegen bij de hond. De ziekteverschijnselen ontstaan op zijn vroegst na 1 maand (of pas jaren later) en kunnen uiteenlopend van aard zijn; huidveranderingen, vermageren, kreupelheid, ontstekingen. Soms tast de parasiet ook organen zoals de nieren aan. De ziekte komt nauwelijks bij de kat voor. In zeldzame gevallen kunnen mensen via de hond deze ziekte ook oplopen. De ziekte is met (langdurig) medicatie te behandelen.

Ehrlichia: wordt door ricketsia (een soort organisme) veroorzaakt en overgebracht door de (bruine honden) teek, net als Babesia. Het komt voor bij de hond en is heel zeldzaam bij de kat. Deze ziekte kan heel acuut en heftig verlopen of soms juist langzaam en meer chronisch van aard zijn. Een tot drie weken na infectie wordt vermoeidheid en koorts gezien. In de acute fase zijn er vaak bloedingen. Als de ziekte chronisch wordt is er sprake van slechte eetlust, vermagering, soms koorts. Er kunnen ontstekingen in huid, gewrichten, nieren en ogen zijn. De ziekte wordt behandeld met doxycycline (een soort antibiotica).

Anaplasma: deze bacterie wordt overgebracht door teken. De ziekte lijkt op ehrlichia, de symptomen zijn vergelijkbaar. Er kan bij deze ziekte ook een tekort aan bloedplaatjes zijn. Het komt voor bij de hond, maar is heel zeldzaam bij de kat. Deze ziekte wordt ook met doxycycline behandeld.

Borrelia: ofwel de ziekte van Lyme. Ook huisdieren kunnen via teken besmet raken met de borrelia bacterie. Echter, honden en katten worden zelden ziek hiervan.

Soms dragen teken meer dan één ziekte bij zich, waardoor dieren met meer dan één ziekte kunnen worden geïnfecteerd.

Teken en zandvlieg beten kunnen worden voorkomen door een goed teken- en zandvliegwerend middel aan uw hond te geven of door het dragen van een speciale halsband. Controleer uw dier dagelijks op teken. Vermijd stilstaande poeltjes water i.v.m. muggen en houdt uw dier in de schemer en nacht binnen of gebruik een muskietennet.

Virus aandoening.

Rabiës: ofwel hondsdolheid is een dodelijke ziekte die wordt veroorzaakt door het Lyssa virus. Zowel wilde dieren als huisdieren kunnen besmet raken en de ziekte vervolgens ook overbrengen op mensen via besmet speeksel (krabben, bijten). De ziekte komt in Nederland maar zeer zelden voor, maar in Oost-Europa, soms Zuid-Europa, en (sub-) tropische bestemmingen komt rabiës wel voor. U bent verplicht uw dier tegen rabiës te laten vaccineren als u deze meeneemt naar het buitenland.

Hartworm.

Er zijn twee soorten hartwormen waarmee honden geïnfecteerd kunnen worden: Dirofilaria immitis en Angiostrongylus vasorum (‘Franse hartworm’).

Hartworm: wordt veroorzaakt door een worm die wordt overgedragen door muggen. Na de muggenbeet komen larven van de worm in de longslagader waar ze volwassen worden en nieuwe larven produceren. Volwassen wormen kunnen tot wel 30 cm lang worden. Als er veel larven zijn komen deze in de rechterzijde van het hart terecht en veroorzaken hoesten, vermageren en verminderd uithoudingsvermogen. Als de infectie verergerd kunnen dieren hartfalen, leververgroting en vocht in de buik krijgen, het dier kan overlijden. Deze hartworm komt voor in warme Zuid-Europese landen, het overdrachtsseizoen van de hartworminfectie loopt van april tot oktober.

Hartworm kan worden voorkomen door binnen 30 dagen na aankomst op uw vakantiebestemming (of als u korter reist op de dag van thuiskomst) te starten met een maandelijkse behandeling tegen de jonge stadia van de hartworm. Deze behandeling wordt net zo lang volgehouden tot ten minste 30 dagen nadat u het betreffende gebied heeft verlaten. De middelen die voor dit doel geregistreerd zijn bevatten Ivermectine, Milbemycine oxime (Milpro®, Milbemax®), Moxidectine of Selamectine.

Franse Hartworm: is een zeer dunne worm die leeft in de kleine bloedvaten van de longen en het hart van de hond.  De volwassen wormen kunnen tot 3 cm groot worden en leggen eitjes in de bloedbaan. De eitjes lopen vast in het longweefsel, waar er kleine larfjes uit de eitjes komen. De larfjes worden door de hond opgehoest, doorgeslikt en via de ontlasting weer uitgescheiden.

Zowel naaktslakken als huisjesslakken worden aangetrokken door de hondenpoep. De in de ontlasting aanwezige larfjes penetreren dan de slak en ontwikkelen zich tot een infectieus larfje. Honden kunnen de geïnfecteerde slakken opeten, en in de darmen komen de hartwormlarfjes weer tevoorschijn. Deze kruipen door de darmwand en komen zo via de bloedvaten weer in het hart terecht. Na opname van een geïnfecteerde slak duurt het tussen de 5 – 9 weken voordat de worm eitjes kan leggen. De verspreiding van mogelijke geïnfecteerde tussengastheren bepaalt of een infectie voorkomt in een gebied. Ook kikkers kunnen soms tussengastheer zijn voor infectie!

Slakken en naaktslakken kunnen zeer klein zijn; zelfs als dieren ze niet expres opeten, kunnen ze toch per ongeluk in hun lichaam terechtkomen door eten van gras, drinken uit buitenbakken, snuffelen over de grond of buitenspelen met een speeltje. Voorheen kwam de worm alleen voor bij honden (en vossen) die in het buitenland waren geweest maar sinds enkele jaren heeft de parasiet zich ook definitief in ons land gevestigd. De klachten kunnen zeer uiteenlopend zijn, maar omvatten meestal hoesten, snel moe, gewichtsverlies, weinig eetlust, braken, diarree, overmatig bloeden uit kleine wondjes en insulten. Als een dier op tijd wordt behandeld, kan hij/zij weer helemaal genezen. Echter voorkomen is natuurlijk beter. Katten en mensen zijn niet gevoelig voor deze Franse hartworm.

Behandeling: 4 x milbemycine met 1 week tussenpoos of het in de nek aanbrengen van een spot-on middel met imidacloprid en moxidectine.

Ter preventie kan 1 x per maand Milbemycine oxime (Milpro®, Milbemax®) worden gegeven of kan het spot-on middel met imidacloprid en moxidectine 1 x per 4 weken worden gebruikt.

Interessante websites over reizen met je dier:

https://www.licg.nl/vakantie-dier-gaat-mee/

https://www.esccap.eu/reisadvies-diereigenaren/