Patiënt van de maand - Januari 2020

Patiënt van de maand – Hondje Pip met een epileptische aanval

Afgelopen maand kwam hondje Pip bij ons die helaas een epileptische aanval had. Erg schrikken voor het baasje, want nog nooit eerder had Pip zo’n aanval gehad. Een epileptische aanval die langer dan 5 minuten duurt, is een spoedgeval, en dus is mevrouw direct met Pip onze kant op gekomen.

Zodra Pip binnenkwam hebben we meteen medicatie gegeven via de anus (Diazepam) en via een injectie (Midazolam). Pip werd daar gelukkig al snel rustiger van en kwam uit zijn ‘status epilepticus’. In verband met de heftigheid van de aanval, hebben wij Pip opgenomen voor observatie. Hij heeft die dag nog twee aanvallen gehad; die wij gelukkig snel konden onderdrukken omdat hij bij ons was. Van verdere onderzoeken zag mevrouw af, dus zijn wij gestart met medicatie voor epilepsie, genaamd anti-epileptica. In de avond ging hij met mevrouw mee naar huis.

Helaas kreeg Pip die nacht meerdere aanvallen achter elkaar, ook wel clusteraanvallen genoemd. Mevrouw is teruggekomen met Pip op de praktijk en wij hebben besloten Pip opnieuw op te nemen en te starten met medicatie via een infuusje in zijn poot en vloeistof via een infuus. Pip knapte hier duidelijk van op en grote aanvallen bleven uit. Aan het einde van de dag heeft mevrouw Pip weer opgehaald. Mevrouw ging opnieuw een spannende nacht tegemoet, waarbij ze direct zou bellen als het niet goed zou gaan, want hiervoor is één van onze dienstdoende dierenartsen altijd beschikbaar.

De volgende ochtend kwam mevrouw opnieuw langs met Pip voor controle; het was de hele nacht goed gegaan! Hij had geen aanval meer gehad.

Op dit moment staat Pip (levenslang) op anti-epileptica. Hierdoor zijn de aanvallen minder heftig en minder frequent. Pip is weer blij en zijn baasje minstens net zo!

Meer over epilepsie weten? Hieronder gaan we hier dieper op in.

Hoe ziet epilepsie eruit?

  • Gegeneraliseerde toeval

De bekendste vorm van epilepsie is de vorm waarbij in rust plotseling bewustzijnsverlies optreedt, het hele lichaam verstijft en vervolgens schokkerige bewegingen/krampen vertoont, speekselvloed optreedt en de hond zijn of haar urine en soms ook ontlasting laat lopen. Een akelig gezicht voor u als eigenaar!

  • Focale toeval

Naast deze gegeneraliseerde vorm bestaat ook een vorm van epilepsie waarbij het bewustzijn niet verloren gaat, maar waarbij ‘slechts’ krampen/trillingen van een deel van het lichaam optreden, zoals bijvoorbeeld van de poot, oor, oog of lip. Dit wordt een focale (partiële of gedeeltelijke) toeval genoemd. Een focale toeval kan ook overgaan in een gegeneraliseerde toeval.

  • Atypische focale toeval

Als laatste verschijningsvorm bestaat de atypische focale toeval: atypisch, omdat het dier geen krampen en/of bewustzijnsverlies vertoont, maar alleen vreemd gedrag, zoals vliegen happen of staart achterna jagen. Het onderscheid met een gedragsprobleem is daarbij soms lastig te maken.

Verschillende vormen en oorzaken van epilepsie

Epilepsie bij de hond kan worden opgedeeld in drie hoofdgroepen:

  • Idiopathische epilepsie
    • Bij de hond is dit de meest voorkomende vorm van epilepsie. Het treedt voor het eerst op bij honden van ½ – 6 jaar leeftijd, waarbij bepaalde rassen vaker zijn aangedaan dan andere rassen. Erfelijke factoren kunnen een rol spelen. Tussen de aanvallen door heeft de hond nergens last van. Lichamelijk onderzoek, bloedonderzoek, MRI- of CT-scan en onderzoek van hersen/ruggenmergvocht tonen geen afwijkingen.
  • Structurele epilepsie
    • Hierbij is sprake van afwijkingen in de hersenen. Deze afwijkingen kunnen aangeboren zijn, zoals een waterhoofd. Ze kunnen echter ook verkregen zijn, zoals een tumor, ontsteking, bloeding, vergiftiging of trauma (een eerder in het leven opgetreden trauma zoals een aanrijding kan in een later stadium resulteren in littekenvorming in de hersenen).
  • Reactieve epileptische aanvallen
    • Bij deze vorm zorgen afwijkingen in het bloed voor de epileptische aanvallen. Voorbeelden hiervan zijn lever- en nieraandoeningen, een te laag suiker- of calciumgehalte, verstoorde zoutbalans, vergiftiging (slakkengif, lood) en hitteberoerte. Dit betreft geen echte epilepsie – als de onderliggende oorzaak verholpen wordt, zullen de aanvallen stoppen. Dat betekent echter niet dat er tot die tijd geen medicatie hoeft te worden gegeven tegen de aanvallen.

Klinisch en aanvullend onderzoek

Aangezien de therapie en de prognose enorm verschillen voor de drie vormen van epilepsie (idiopathisch / structureel / reactief) is het verstandig om naast het uitgebreide klinisch onderzoek ook aanvullend onderzoek te doen.

Bloedonderzoek kan oorzaken van reactieve epileptische aanvallen bevestigen of uitsluiten. De enige manier om structurele epilepsie aan te tonen of uit te sluiten is door middel van een MRI- of CT-scan van de hersenen (zeer sterke voorkeur voor MRI), gevolgd door onderzoek van het hersen-/ruggenmergvocht.

Indien er geen afwijkingen naar voren komen uit bovengenoemde onderzoeken, de toevallen gegeneraliseerd zijn en uw hond tussen de ½ en 6 jaar oud is (of dit bij het optreden van de eerste epileptische aanval was), dan blijft de diagnose idiopathische epilepsie over.

Kan het kwaad dat mijn hond af en toe een aanval heeft?

Tijdens een gegeneraliseerde aanval kan zuurstoftekort en suikertekort in het bloed ontstaan, kan de bloeddruk veranderen en kan oververhitting optreden. Het grote gevaar van een epileptische aanval is dat er onomkeerbare hersenschade optreedt als gevolg van een lang aanhoudende gegeneraliseerde aanval. Deze schade treedt al op bij een aanval van 20 minuten!

Niet alleen de gevolgen van de aanvallen kunnen schadelijk zijn. Ook de oorzaak van de epilepsie, een proces in de hersenen of afwijkingen in het bloed als gevolg van een andere primaire aandoening, kunnen een reden zijn tot zorg.

Het kan dus in zekere zin wel kwaad dat uw hond af en toe een aanval heeft. Het is dan ook verstandig om te onderzoeken of er een onderliggende oorzaak is. Daarnaast kan behandeling/preventie van de aanvallen nodig zijn.

Wat te doen tijdens en na een korte epileptische aanval?

Een hond die een epileptische aanval heeft ziet, ruikt en hoort minder goed, is gedesoriënteerd en kan korte tijd buiten bewustzijn zijn. U kunt uw hond dan ook het beste zoveel mogelijk met rust laten tijdens de verschillende fasen van de aanval. Wees niet bang dat uw hond zijn tong inslikt, dit gebeurt niet. Ook komt het zelden voor dat een hond op zijn of haar tong bijt. Kom daarom niet in de buurt van de bek en voorkom op die manier dat u per ongeluk wordt gebeten. Zorg ervoor dat uw hond zich tijdens de aanval niet kan bezeren aan voorwerpen in de directe omgeving. Plaats bijvoorbeeld kussens of dekens rond uw hond. Maak bij voorkeur een filmpje van de aanval en houd bij hoe lang de aanval duurt. De periode van krampen (en bewustzijnsverlies) duurt meestal maximaal 1-2 minuten. Hierna kan de hond enkele uren tot zelfs dagen lang veranderd gedrag vertonen, hier kunt u helaas weinig aan doen. Het is het beste om de dagelijkse routine aan te houden die uw hond gewend is.

Wanneer is epilepsie een spoedgeval?

Blijft een aanval bij uw hond langer dan enkele minuten voortduren, dan bestaat het risico op een aanhoudende aanval waar de hond zelf niet meer uitkomt. Dit laatste wordt een status epilepticus genoemd. Is dit het geval of volgen kortere aanvallen elkaar in snel tempo op (clustering, hetgeen een voorbode kan zijn van een status epilepticus), dan is er sprake van een SPOEDGEVAL. Direct ingrijpen is dan noodzakelijk. Duurt de eigenlijke aanval langer dan 20 minuten dan treedt al onherstelbare hersenschade op!

Is uw hond al bekend met epilepsie dan kan het zijn dat wij u medicatie met diazepam hebben meegegeven. Dit brengt u in de anus van uw hond in tijdens een langdurige aanval, met het doel de aanval te stoppen. Heeft u deze medicatie niet in huis, dan dient u zo snel mogelijk met uw hond naar een dierenarts te gaan.

Therapie en monitoring

Afgezien van de bovenbeschreven spoedtherapie in het geval van aanhoudende aanval(len), hangt de gekozen therapie af van het type en de ernst van de epilepsie.

Ligt er een oorzaak ten grondslag aan de epilepsie, dan zal moeten worden gekeken of deze kan worden behandeld en of u dat als eigenaar ook wilt.

Atypische focale toevallen, tot uiting komend in vreemd gedrag (vliegen happen etc), reageren vaak slecht op anti-epilepsie middelen, maar een stuk beter op geneesmiddelen die worden ingezet bij psychische problemen.

Idiopathische epilepsie en overige vormen van epilepsie waarvan de oorzaak niet kan worden weggenomen, kunnen levenslang met anti-epilepsie pillen (anti-epileptica) worden behandeld. Per dier zal een afweging moeten worden gemaakt of het verstandig is om al met medicatie te starten. De voordelen van de medicatie moeten opwegen tegen de bijwerkingen van de medicatie. Richtlijnen voor het starten met anti-epileptica zijn als volgt:

  • Bij twee of meer toevallen per half jaar.
  • Na meerdere toevallen binnen korte tijd.
  • Na een toeval van meer dan 5 minuten / status epilepticus.
  • Wanneer de tijd van de toeval of de ernst van de verschijnselen toeneemt ten opzichte van vorige toevallen.

Medicatie tegen epilepsie werkt vaak niet meteen, er kunnen enkele weken overheen gaan voordat goed effect wordt gezien. Daarnaast is het bij bepaalde medicatie noodzakelijk om na enige tijd te controleren of de medicatie zich in de juiste hoeveelheid in het bloed bevindt (bloedspiegelbepaling).

Het is belangrijk om u te realiseren dat de anti-epileptica niet voor genezing zorgen! Veel honden blijven toevallen houden, maar medicatie leidt wel tot afname van het aantal en de ernst van de aanvallen. Medicatie is levenslang nodig en de dosering moet regelmatig worden gecontroleerd en aangepast aan de hand van klinische controle en bloedonderzoek.

Heeft het ingezette anti-epilepsie middel in de juiste dosering onvoldoende effect, dan kan een tweede middel worden toegevoegd of kan worden overgestapt naar een ander middel.

Prognose

De prognose is geheel afhankelijk van het type / de oorzaak van de epilepsie, daarom is het ook fijn om precies te weten met welke vorm we te maken hebben. Voor sommige aandoeningen kan de prognose heel gereserveerd zijn. Voor idiopathische epilepsie (epilepsie zonder afwijkingen in het lichaam) geldt dat met de juiste levenslange therapie en monitoring de aanvallen niet volledig kunnen worden voorkomen, maar vaak wel drastisch kunnen worden verminderd. Het doel van de behandeling is de kwaliteit van leven voor zowel uw hond als voor u zo optimaal mogelijk te maken.

Bron: VetVisuals® International